|
|||||||||||||
|
Op bezoek bij … Albert VeldhuisHan HeidemaEnige jaren gelden kreeg ik van mijn zuster de rudimenten van het ‘Kermisspel’, wat ik in mijn vroege jeugd regelmatig met haar had gespeeld. Ontbrekende kaartjes en geldbriefjes waren gemakkelijk bij te maken, maar wat waren de regels ook weer? Google bracht uitkomst en ik kwam terecht op www.muurkrant.nl/monopoly, NK Monopoly In maart 2009 werd ik door Hasbro uitgenodigd om hoofdscheidsrechter te zijn bij het Nederlands kampioenschap Monopoly, dat – heel toepasselijk – in het Utrechtse Geldmuseum werd gehouden. Dat kampioenschap werd in drie ronden gehouden; de winnaar mocht meedoen aan het wereldkampioenschap dat kort geleden in Las Vegas is gehouden. Eén van de andere scheidsrechters was Albert Veldhuis. Zo leerde ik hem eindelijk kennen en we spraken af dat ik hem een keer zou interviewen voor deze rubriek. Zo toog ik vorige maand naar zijn huis in Zoetermeer. Als je de woonkamer binnenloopt wordt je blik onmiddellijk getrokken door een grote kast talloze edities van het spel, keurig gerangschikt en gestapeld. In en om de kast tref je talloze andere aan Monopoly verwante zaken. Naast hoeden, bekers, pennen en reclamemateriaal heeft hij een zeldzame (en buitengewoon fraaie) Monopoly-fruitautomaat. Op tafel ligt een Monopoly-tafelkleed. Het is alsof je een Monopoly-museum binnentreedt. Internationaal pakketverkeer Albert werd geboren in het jaar dat Monopoly voor het eerst werd uitgegeven: 1935. In 1946, aan het eind van zijn lagereschooltijd in Voorburg, werd hij door vriendjes enthousiast gemaakt om op regelmatige basis Monopoly te spelen, maar na een tijdje verwaterde dat weer. Pas in 1985 kwam daar verandering in. Ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van het spel werd een speciale editie in blik uitgegeven. Hij kocht het blik, kreeg interesse in de geschiedenis van het spel en begon een verzameling. Hij werkte bij een firma voor apothekers-benodigdheden en moest veel internationale pakketten verzenden en ontvangen. Vaak liet hij bij de te ontvangen zendingen wel een lokaal Monopolyspel meeverpakken. Later kon hij zijn verzameling aardig uitbreiden. Hij wist, samen met een tiental andere Nederlandse verzamelaars, veel interessante exemplaren op de Amerikaanse veilingsite eBay aan te schaffen, die hij liet opsturen naar een Amerikaanse kennis. Die verzond dan op gezette tijden een groot spellenpakket naar Zoetermeer, en Albert zorgde voor de verdere distributie. In die zelfde periode besloot hij de verschillende Monopoly-edities te gaan beschrijven op internet; uit die tijd stamt de website uit het begin van dit artikel. Mede door de vele fancy-uitgaven van het spel - denk maar eens aan al die stedenmonopoly’s - is zijn verzamelwoede inmiddels wat getemperd. Maar zijn drang om er alles van te willen weten is alleen maar toegenomen. Er verschijnen dan ook regelmatig updates op zijn website. Het is zeer de moeite waard om eens op zijn website een kijkje te nemen. De verschillende varianten zijn per land beschreven, met alle bijzondere kenmerken erbij. De landenpagina’s zijn voorzien van vlag en een kaartje ter oriëntatie. Van een kleine 80 landen heeft hij alle relevante informatie verzameld die hij te pakken kon krijgen. Onder die landen vinden we een aantal onverwachte als Oman en Irak, maar ook IJsland en Nigeria. Links en rechts In Nederland is Monopoly al in 1936 geïntroduceerd, via importversies uit Engeland, gemaakt door Waddington. In de oorlog kon er natuurlijk niet meer uit Engeland worden geïmporteerd en verschenen de eerste Nedelandse versies. Aanvankelijk nog steeds gebaseerd op die van Waddington (kenmerk: de locomotieven op de Stations zijn groen en rijden naar rechts), maar later verschenen ook versies afgeleid van de Amerikaanse editie van Parker Brothers (hier zijn de locomotieven zwart en rijden naar links). Die twee edities hebben nog jaren naast elkaar bestaan! De informatie beperkt zich overigens niet tot Monopoly alleen. Ook ‘klonen’, door de Amerikanen knock-offs genoemd, zijn in zijn Lexicon (en ook in zijn verzameling) opgenomen. Denk hierbij aan het eerder genoemde Kermisspel, aan de verschillende versies Anti-monopoly, aan het Oostenrijkse DKT en vele Oost-Europese roofdrukken (vaak met een antikapitalistische twist) uit de tijd dat het IJzeren Gordijn nog bestond. Vanwege alle door studie en verzamelen opgedane kennis over Monopoly noemt Albert zicht tegenwoordig met recht ‘monopologist’, een term die we terugvinden op zijn visitekaartje. Zijn collectie bedraagt zo’n 450 exemplaren. Daaronder tref je uiteraard een flink aantal bijzondere. Een ereplaats in zijn kamer wordt ingenomen door de Collector’s Edition, die in 1993 door Franklin Mint werd uitgegeven: Een groot, in mahoniehout ingelegd spelbord, op een mahoniehouten kast met laden voor het vergulde en verzilverde materiaal, op een fraaie mahoniehouten poot en mahoniehouten stoeltjes erbij. Een prachtstuk, zeldzaam en prijzig! Tabaksblat Zelf zie ik tot mijn verbazing een ‘Morris Monopoly’, voorzien van het vroegere Unilever-logo. Als Unilever-gepensioneerde wil ik graag iets meer over dit spel weten. Albert vertelt dat het gemaakt is voor het afscheid van Morris Tabaksblat, voormalig topman van Unilever. Het spel is, onder licentie van Hasbro, ontwikkeld bij Gamesformotion te Deventer. Omdat hij de maker ervan goed kent, is het hem gelukt een exemplaar op de kop te tikken. Het laatste, dat wel. Op het bord zijn de straten vervangen door Unilever-termen. Maar wat me het meest opvalt is dat de Gevangenis vervangen is door het Unilever Hoofdkantoor. Met tralies ervoor! Zo erg was het dat toch niet? Zelfgemaakte versies Maar de spellen het meeste indruk op hem maken, zijn de zelfgemaakte, omdat daar zulke mooie verhalen aanvast zitten. Als voorbeeld noemt hij het exemplaar uit Tjideng, een Jappenkamp op Batavia. Daar leefden in de laatste oorlogsmaanden meer dan 10.000 vrouwen en kinderen onder erbarmelijke omstandigheden. Dit exemplaar is gemaakt door een mevr. E. Muller-Nieuwenhuysen, die besloot een spel te maken, dat gebaseerd was op het dagelijkse leven in het kamp. Ook andere zelfgemaakte Monopoly-spellen vind je op zijn website, waaronder het Amsterdam Monopoly gemaakt door de vader van spellenverzamelaar en -auteur Fred Horn. Uiteraard doe je als verzamelaar ook nuttige internationale contacten op. Natuurlijk met andere verzamelaars, maar ook met mensen als Phil Orbanes. Phil is bekend geworden door Gamut of Games, uitgever van een aantal bijzondere spellen in de zeventiger jaren. Hij was ook spelauteur van een aantal spellen: Cartel, Infinity en Realm. Tegenwoordig is hij de president van Winning Moves, licentiehouder voor speciale uitgaven van Monopoly, zoals de stedenedities. Van Phil kreeg hij een prachtige foto op ware grootte van een handgemaakte versie uit 1924 van The Landlord’s Game, gemaakt door een prof. Stryker. De oorsprong van Monopoly Het officiële verhaal wil, dat Monopoly werd uitgevonden door Charles Darrow, die – na het uitgeven van een aantal exemplaren in eigen beheer – het spel aan Parker Brothers verkocht. Zij brachten het in 1935 op de markt. Van die eerste oplage zijn er maar weinig bekend, en hun verzamelwaarde is hoog. In 1936 verscheen daarop een tweede editie, met een hoge – en snel verkopende – oplage. Vanaf toen begon het grote succes van het spel. Maar het echte verhaal is een stuk gecompliceerder. Al in 1904 maakte de Amerikaanse Lizzie J. Magie een spel met de naam ‘The Landlord’s Game’. Het grote aantal gelijkenissen met Monopoly is te groot om nog van toeval te kunnen spreken. De connectie tussen ‘The Landlord’s Game’ en Darrow is uitvoerig onderzocht en beschreven door prof. Ralph Ansbach in zijn boek ‘The Billion Monopoly Swindle’. |
||||||||||||
| Copyright 2005-2010 © Ducosim Gewijzigd: Maurice Strubel donderdag 24 december 2009. |
|||||||||||||