Start
Nieuws
Agenda
CoCoNuts

Geschiedenis
Eerste Indrukken
De Bordspel Fanaat

Links
 
>Wargames>Recensies Fantasy en SF Wargames>John Carter>Spel 11_4

Een Jaar Later...

Je hebt het wel eens. Een eerste publicatie wordt meteen goed ontvangen, door critici, publiek of zelfs allebei. Maar dan heb je ook een probleem, want kan je tweede product het succes evenaren?

Ook bij bordspellen komt dit voor. Essen 2007 bracht ons zeker drie eerstelingen die er mochten zijn, allemaal trouwens van samenwerkende auteurs. Rieneck en Stadler hadden Säulen der Erde, Vialla en Urbon hadden Khronos en Acchittocca (vier man sterk) had Maestro Leonardo. Iedereen keek dus reikhalzend uit naar wat deze lieden voor Essen 2008 zouden produceren.

Cuba

Hans van Halteren

Cuba is prachtig uitgevoerd. Zelfs als je niet de houten sigarendoosversie hebt bemachtigd zul je eerst even genieten van de oogstrelende doos en inhoud. Maar dan ga je de componenten eens bekijken en de regels lezen, en bekruipt je een gevoel van déja vu.

Je vindt namelijk een bordje met gebieden, die producten leveren, die je vervolgens kunt verhandelen of verschepen. En er zijn een heel stel verschillende gebowen, die je als je ze eenmaal gebouwd hebt allerlei voordelen op kunnen leveren. Verder moet je telkens één rol activeren om bepaalde handelingen te kunnen verrichten. Ja, de kenners van Puerto Rico beginnen een beetje aan plagiaat te denken.

Toch een ander eiland?
Maar er zijn wel degelijk verschillen. De rollen worden niet over de spelers verdeeld, maar in elk van de zes beurten heb je ze alle vijf ter beschikking en kun je er vier in willekeurige volgorde gebruiken. En je grond- of bouwstofleverende gebieden krijg je al meteen ter beschikking op je 3x4 speelbordje. Nadeel is wel dat je je gebouwen erbovenop bouwt. Ook de activering gaat anders. De arbeider activeert gebieden en de voorman activeert gebouwen, maar alleen die die zich in dezelfde rij of kolom als je pion bevinden. En je mag die pion alleen verplaatsen bij de arbeidersrol. Vooruit plannen voor het hele spel dus.

Verder bouwt de architect, koopt en verkoopt de handelaarster op de markt en laadt de burgemeester waren op één van de in de haven liggende scheepskaarten. Maar overal zijn complicaties. De marktprijzen veranderen door vraag en aanbod. De schepen leveren meer winstpunten voor je waar naarmate ze in de haven vorderen. En voortdurend balanceer je je geld, jwaren, gebouwen en winstpunten. Vermeldenswaard is ook de echte Cuba-link: de grondstoffen rietsuiker en tabak kun je omzetten naar rum en sigaren, die natuurlijk meestal meer waard zijn.

Bananenrepubliek
De andere link is de politiek. Elke rol heeft ook een hoeveelheid stemmen in het parlement en de ongebruikte rol in een beurt bepaalt je aantal stemmen. Plus twee voor (geactiveerd) Raadhuis. Plus zoveel als je pesos bijbiedt. De uiteindelijke winnaar activeert twee van de vier openliggende wetswijzingen. En de wetten zijn invloedrijk. Ze kunnen bepalen hoeveel geld en welke waren belasting je af moet dragen. Afdragen is niet verplicht maar levert wel winstpunten op. Een ander soort wet levert winstpunten voor bezittingen. En de laatste soort doet van alles met markt, productie, bouwen of haven, of verbiedt zelfs het kopen van stemmen.

Het hele wetsgedoe compliceert het spel aardig. Normaal gesproken is het belangrijk om te zorgen dat de wetten jou gunstiger gezind zijn dan de anderen. Maar je moet er wel geld voor over hebben. Ik vermoed dat bij ervaren spelers strategieën die puur op productie ten bate van winstpunten zijn gericht het niet zullen halen en dat geldproductie belangrijker wordt.

Rum of suikerwater?
Na Säulen der Erde (ook wel Caylus Lite genoemd) zijn de auteurs zo te zien weer uitgegaan van een goedlopend spel en hebben daarna geprobeerd hun eigen stempel erop te zetten. Deze keer de andere kant in, met als gevolg een soort Puerto Rico Heavy. Cuba is zeker een leuk spel, met zijn eigen keuzen en de uitdaging om werkende strategiën te vinden, maar je blijft vergelijken met Puerto Rico zelf. En dan is Puerto Rico toch beter.


Cuba
Auteurs: Michael Rieneck en Stefan Stadler
Uitgever : Eggert Spiele NL-versie: The Game Master
Aantal spelers: 2-5
Spelduur : 1½ tot 3 uur
Prijs : ca 35 euro
BGG-score: 7,5 (1237)

Vormgeving: *****
Geluk/Taktiek: *****
Wederspeelbaarheid: ****
Prijs/Kwaliteit: ****


Utopia

Han Heidema

Gingen de makers van Cuba van licht naar zwaar, die van Utopia doen het andersom. In vergelijking met breinbreker Khronos is Utopia lichte kost. Dat geldt echter niet voor het spelmateriaal. De grote doos is loodzwaar en zit bomvol met plastic gebouwtjes.

Utopia speelt zich af in een soort Venetië: vier eilandjes, drie verbonden met diverse bruggen en het vierde gescheiden door een soort Canal Grande. De spelers in het spel loodsen buitenlandse prinsen het eiland op en laten hen daar prachtige gebouwen neerzetten.

Prinsen uit de zak
Die prinsen zijn Maya, Pers, Egyptenaar, Griek of Chinees en zijn voorbestemd om op één van de vier eilanden aan land te gaan. De beschikbare, drie per speler per beurt, worden blind getrokken, en degene die tot dan de meeste punten heeft verzameld heeft de eerste keus. Hij plaatst de prins in een wijk van het desbetreffende eiland.

Als een speler van alle beschavingen een prins op een eiland heeft staan, mag hij, tenzij er al één is, een wereldwonder bouwen. Levert zes winstpunten op. Heeft hij drie gelijksoortige prinsen in dezelfde wijk, dan mag hij, met dezelfde beperking, een monument bouwen. Levert hem nu nog geen punten, maar de eigenaar van het wonder scoort een wijkafhankelijke bonus.

Actiekaarten
Nu worden er actiekaarten uitgedeeld. Elke speler vijf, maar alleen degene die achteraan staat mag ze allemaal houden. Die vooraan staat moet er twee teruggeven, de anderen één. Dan spelen de spelers in beurtvolgorde zoveel kaarten als ze willen. Ze mogen ook 5 kaarten meenemen naar de volgende ronde. De kaarten tonen een figuur uit één van de beschavingen en laten je een overeenkomstige prins één wijk verplaatsen of bewegen over water, extra prinsen op het bord zetten, of ervan afhalen, wat punten oplevert. Ook kun je met je kaarten nog de waarde van monumenten beïnvloeden.

Aan het begin van het spel wordt namelijk van elke beschaving één monument op een puntenspoor gelegd, in willekeurige volgorde. Dit geeft aan hoeveel elk monument aan het eind van een beurt waard is. Zo kan een Chinees monument bijv. vijf punten opleveren en een Maya-monument slechts één. Met de actiekaarten kun je de score-verhoudingen veranderen. Als je in het voorbeeld een Maya-kaart speelt, stijgt het Maya-monument één positie op het spoor, ten koste van het bovenliggende monument. Speel je daarentegen twee China-kaarten, dan valt het Chinese monument terug naar de onderste plaats. Het spel gaat door tot en met de ronde waarin iemand minstens 50 punten heeft behaald. Wie er dan de meeste heeft, wint.

Conclusie
Utopia is een prachtig verzorgd spel. De structuur is eenvoudig en speelt daarom best vlot. Het is ook leuk om te spelen, tot het allerlaatste moment: als de laatste speler in zijn laatste beurt alle beschavingen waarvan hij weinig monumenten heeft, in punten laat dalen, en die waarin hij er veel heeft, laat stijgen. Dan blijkt dat de auteurs niet goed genoeg hebben nagedacht over de evenwichtigheid van hun regels. Jammer, een spel dat zo mooi (en prijzig) is, verdient een beter lot.


Utopia

Auteurs: Ludovic Vialla en Arnaud Urbon
Uitgever : Editions du Matagot
Aantal spelers: 2-5
Spelduur : ca 1 uur
Prijs : ca 40 ?
BGG-score: 6,5 (182)

Vormgeving: *****
Geluk/Taktiek: ***
Wederspeelbaarheid: **
Prijs/Kwaliteit: **



Ghost for Sale

Hans van Halteren

In tegenstelling tot de overige spelontwerpers in dit verhaal is het Italiaanse viertal Acchittocca met een heel ander soort spel op de proppen gekomen. Geen resource management maar raden, bluffen en bieden.

In Ghost for Sale zijn de spelers projectontwikkelaars die Schotse landhuizen en kastelen opkopen. Nu wil een toerist natuurlijk een niet te saai maar ook een niet te opwindend verblijf, dus ieder gebouw heeft een waarde die afhangt van het aantal geesten dat je er aantreft. Voor elk aantal van 1 tot 4 staat een waarde op de gebouwkaart afgedrukt. Minder of meer, en het gebouw is waardeloos.

Nu mogen de spelers zelf die geesten in de gebouwen plaatsen. Voor elk van de twee ronden (één voor zes landhuizen en één voor zes kastelen) hebben ze twee geestfiches, twee schilderijfiches en, afhankelijk van aantal spelers, één of meer tweezijdige fiches. De reden van de twee verschillende afbeeldingen is mogelijke misleiding. Per ronde kiest elke speler in het geheim één van twee kaarten te kiezen, die aangeeft of hij de waarheid spreekt of liegt. Bij waarheidsgetrouwen zijn al hun geesten geesten en al hun schilderijen schilderijen, maar bij de leugenaars is het precies andersom.

Bieden maar
Daarna wordt er geveild. Iedere speler heeft dezelfde twaalf geldkaarten, met aan de voorkant een getal van 1 tot 10 en aan de achterkant een hoog/laagaanduiding. Behalve 1 en 10, die foutief geindiceerd zijn. Er wordt telkens blind geboden, maar je hebt dus wel de indicatie achterop de geldkaarten. En alle biedobjecten zijn tegelijk bebiedbaar, b.v. alle zes kastelen. Zodra iedereen stopt met geldkaarten leggen wordt per plek gekeken wie er wint. Wie echt iets aanschaft is zijn geldkaarten daar kwijt, de rest krijgt ze terug. Dan worden de geesten doorgelicht en de waarde van elk gebouw bepaald. Beste eindtotaal in waarde van gebouwen wint het spel.

Maar is het dan puur gokken? Nee, voor de gebouwveiling begint kun je op informatie bieden. Er ligt namelijk een stapel met alle ongekozen waarheidskaarten. De winnaar van de veiling daarvan mag ze bekijken en weet hoe erg er gelogen is, maar niet door wie. En iedereen biedt ook op Mrs. Truelight. De winnaar bekijkt de gekozen waarheidskaart van de tweede, die die van de derde, etc. Iedereen behalve de laatste krijgt wat informatie (en is zijn geldkaarten kwijt). Daarna weet je wie wat gezien heeft en probeer je uit biedgedrag af te leiden wat die dan wel gezien heeft.

Geestverrijkend of slechts Geestig?
Het idee is leuk, maar het werkt niet echt. Bij vlot spelen is het gewoon puur gokwerk. Bij diepe analyse wordt het spel zo stroperig dat er ook geen lol aan is. De extra variantkaarten die ook nog eens de regels per landhuis/kasteel bijstellen maken alles alleen maar verwarrender en verergeren dus beide problemen. Wat mij betreft kan Acchittocca beter terug naar meer Leonardo-achtige spellen.


Ghost for Sale

Auteurs: Flaminia Brasini, Virginio Gigli, Stefano Lupero en Antonio Tinto
Uitgever : What's your game?
Aantal spelers: 3-5
Spelduur : 30 minuten of 1½ uur
Prijs : ca 18 euro
BGG-score: 5,9 (56)

Vormgeving: ***
Geluk/Taktiek: **
Wederspeelbaarheid: **
Prijs/Kwaliteit: ***


 
Copyright 2005 © Ducosim
Gewijzigd: Maurice Strubel
woensdag 18 juni 2008.